handen

Diagnostiek hechtingsstoornis

Criteria hechtingsstoornis

DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) is een handboek dat in de meeste landen wordt gebruikt bij het diagnosticeren van een psychische stoornis. Dit boek geeft criteria waar iemand aan moet voldoen om daadwerkelijk de diagnose te krijgen van die stoornis.

De criteria voor reactieve hechtingsstoornis zijn als volgt (volgens het DSM-IV, het vierde boek van DSM):

A) In de meeste situaties opmerking verstoorde en niet aan de ontwikkeling aangepaste sociale relatievormen, optredend voor het 5e jaar en duidelijk zichbaar in:

  • een voortdurend mislukken om op een aan de leeftijd aangepaste wijze sociale interacties te stellen of erop te antwoorden, zoals duidelijk door overdreven geremde, overalerte of erg ambivalente en tegenstrijdige reacties
  • een gebrek aan duidelijke bindingen, wat blijkt uit een onvermogen om in sociale relaties een onderscheid des persoons te maken, met een duidelijk onvermogen om op die verschillende personen passend te reageren.

B) De stoornis mag niet te wijten zijn aan een algemene ontwikkelingsstoornis zoals een mentale handicap, of een
symptoom zijn van een pervasieve ontwikkelingsstoornis zoals het autisme.
C) Er moeten sporen zijn van een vroegkinderlijke verwaarlozing:

  • voortdurende veronachtzaming van emotionele basisbehoeften (koestering, troost, aanmoediging van het kleine kind)
  • verwaarlozing van de fysieke basisbehoeften (verzorging, voeding)
  • herhaaldelijke wisseling van basisverzorgers, waardoor geen stabiele hechtingen mogelijk waren

D) Men mag veronderstellen dat de verwaarlozing onder punt c verantwoordelijk is voor het gestoorde gedrag, dat ook volgde op die verwaarlozing.

Geen-bodem-syndroom

Het geen-bodem-syndroom is geen officiële stoornis uit de DSM-IV. Het geen-bodem-syndroom kan ontstaan bij kinderen die geadopteerd zijn en die gedragsproblematiek vertonen.
Het adopteren van kinderen gaat lang niet altijd goed. Deze kinderen worden vijf keer zo vaak in een orthopedagogische/psychiatrische instelling geplaatst als andere Nederlandse kinderen.
De problemen die deze kinderen hebben lijken op de problemen van de reactieve hechtingsstoornis.

Kenmerken van het geen-bodem-syndroom:

  • Er zijn geen emotionele banden ontstaan in de eerste levensmaanden.
  • Het kind ervaart geen structuur in zijn leven en heeft weinig gevoel voor tijd en plaats.
  • De gewetensontwikkeling is niet goed ontwikkeld, daardoor weet het kind niet goed wat goed en fout is.
  • Het kind heeft geen gevoel dat hij bestaat, ook vertrouwt hij geen anderen, waardoor hij niet veel contacten heeft.
  • Het kind heeft daardoor vaak oppervlakkige contacten, die ook makkelijk te vervangen zijn.
  • Het kind wil zijn wereld onder controle houden door goed te kijken, te manipuleren. Zo krijgt hij er grip op.
  • Het kind voelt alsof hij tekort schiet en voelt zich eenzaam, omdat hij de relaties in het gezin als bedreigend ziet.
  • Als het kind iets doet, doet hij dat voor zichzelf en kent geen grenzen en kan ook te laat stoppen.
  • Omdat het kind het gevoel heeft dat hij ‘niet gewenst’ is, wil hij alles om zich heen vernietigen. Bijvoorbeeld zichzelf, maar ook naar anderen toe.

Meer over:
Hechtingsstoornis: algemeen
Hechtingsprocessen
Wat is een hechtingsstoornis?
Oorzaken hechtingsstoornis
Diagnostiek hechtingsstoornis
Praktische aanpak (thuis en therapie) en tips

Schrijf als eerste een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

Nieuwsbrief