handen

Oorzaken werkhoudingsproblemen

Menselijk gedrag wordt beïnvloed door verschillende factoren die op elkaar inwerken.

Factoren in het kind:

Medisch-lichamelijke factoren

Voor een goede werkhouding is het belangrijk om lichamelijk goed en gezond te zijn. Wanneer je bijvoorbeeld ADHD hebt, heb je concentratieproblemen.

Emotionele factoren

Een voorwaarde voor een goede werkhouding is motivatie. Als er motivatie is bij het kind, kan zelf een kind met concentratieproblemen een goede werkhouding hebben.

Faalangst is ook een emotionele factor. Als een kind een keer een slecht cijfer heeft gehaald voor een toets rekenen, kan het gaan denken dat hij niet kan rekenen. Dit is van invloed op het maken van de volgende rekentoets. Door de negatieve gevoelens, gaat het werken ook minder.

Cognitieve factoren

Wanneer het kind geen goede voorkennis heeft opgebouwd door de jaren heen kan het opdrachten minder goed begrijpen of uitvoeren. Hiertoe behoren ook de taalontwikkeling, motoriek, voldoende ruimtelijk inzicht, auditief en visueel geheugen, abstractievermogen etc. (behoren tot de intelligentie).
De cognitieve stijl van het kind is ook van invloed op de werkhouding. Dit is de manier waarop het kind denkt en hoe hij zijn voorkennis gebruikt.

Factoren in de omgeving:

Kenmerken van de leerkracht

De persoon van de leerkracht kan van invloed zijn op de werkhouding van het kind. Te denken valt aan de benadering van de kinderen (is hij dominerend of juist sociaal integrerend).
Het taalgebruik van de leerkracht. Is dit persoonsgericht (dat heb je goed gedaan, Tanja!) of situatiegericht (het was wel moeilijk, hè?).

Ook is de organisatie van de lessen van de leerkracht van invloed. Als de leerkracht een structurerende opbouw heeft, kan aansluiten bij het kind en in kleine stapjes werkt, vermijdt werkhoudingsproblemen bij het kind.

Taakkenmerken

Hoe complex is de opdracht; hoe lang is de opdracht; wanneer wordt de opdracht gegeven (aan het einde van de dag of juist aan het begin?); de motiverende elementen in de taak zelf (hoe leuk wordt de saaie leerstof gemaakt door de leerkracht, of bijvoorbeeld film/plaatjes/vorm van opdracht).

Sociaal-emotionele factoren

De ouders en leeftijdsgenootjes hebben ook hun invloed op de werkhouding van het kind. De interactie met de omgeving moet daarom ook goed bekeken worden.
Bijvoorbeeld de manier waarop de ouders thuis met het kind omgaan (op welke manier worden ze gestimuleerd om hun huiswerk te maken, mag het kind zelf ontdekken?).

Als kinderen thuis weinig regels krijgen en er nauwelijks grenzen worden aangegeven, zullen het op school ook heel moeilijk hebben.

Sociaal-materiele factoren

Dit gaan om de manier waarop bijvoorbeeld het klaslokaal is ingericht.
Als deze gezellig is, zal dat de werkhouding goed doen omdat het kind zich goed voelt, maar aan de andere kant kan het ook snel afgeleid raken.

Ook de situatie thuis is van invloed: als de tafel waarop je huiswerk maakt gedeeld moet worden met broers en zussen of dat je dure cadeautjes krijgt als je je huiswerk hebt gemaakt of een goed cijfer hebt gehaald.

Meer over:
Werkhoudingsproblemen: Algemeen
Kenmerken van werkhoudingsproblemen
Oorzaken van werkhoudingsproblemen
Signaleren en analyseren werkhouding(problemen)
Praktische aanpak werkhoudingsproblemen (voor school, ouders en kind)

Schrijf als eerste een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

Nieuwsbrief