handen

Oorzaken, ontwikkeling en gevolgen van dyscalculie

Oorzaken Dyscalculie

Dyscalculie is voor een groot deel erfelijk. Dit betekent dat wanneer een direct familielid van het kind een rekenstoornis heeft de kans groter wordt dat het kind ook een rekenstoornis heeft.

Ongeveer 6 % van de mensen heeft een rekenstoornis. Dit percentage is ongeveer even groot als het percentage mensen met een leesstoornis.

Vroege ontwikkeling (baby)

Kinderen met dyscalculie hebben ook vaak problemen met ruimtelijke oriëntatie. Deze problemen zijn vaak al terug te zien in de vroege ontwikkeling.
Normaal gesproken begint de ontwikkeling van ruimtelijke oriëntatie bij een baby vanuit het eigen lichaam in contact met de omgeving. De eerste ruimtelijke begrippen die een baby leert is het begrip van ‘ver’ en ‘dichtbij’. Dit leert de baby al in de wieg.

Wanneer het kind recht op kan staan (rond het eerste jaar) ontwikkelt het kind ook het begrip voor ‘beneden’ en ‘boven’. Een klein kind ziet alleen maar details.

Vanaf het tweede jaar begint het kind het totaal plaatje te zien, vanaf dat moment begint ook het begrip van lengte, breedte, diepte en hoogte tot stand te komen. Het kind gaat steeds verder met het ontdekken van zijn omgeving en de wereld om zich heen.

Ontwikkeling in de leeftijd van vijf tot tien jaar

Dit gaat samen met het leren van de begrippen ‘links’ en ‘rechts’ (rond het vijfde jaar). Het leren schatten van afstanden, tijd en snelheid ontwikkeld een kind tussen het vijfde en het tiende jaar.
Deze ontwikkelingen verlopen bij kinderen met dyscalculie vaak veel minder snel en minder volledig. Deze kinderen leren vaak wel om details te zien in ruimtelijke situaties, maar het lukt ze niet om deze details als een beeld op te slaan in het geheugen.

Zij maken dus geen geheugen aan voor de betreffende ruimtelijke situatie en kunnen deze informatie dan ook niet meer uit het geheugen oproepen en in nieuwe situaties gebruiken. Door deze beperking moeten zij ruimtelijke informatie op een andere, omslachtige manier leren onthouden.

Volgorde en tijdsbesef

Naast de problemen die hierboven staan besproken kan het kind ook moeite hebben met het inzicht of iets in het verleden of het heden afspeelt en in welke volgorde gebeurtenissen hebben plaats gevonden.

Doordat dit inzicht mist kan het kind problemen hebben met tijdsbesef, ze komen bijvoorbeeld vaak te laat. Deze beperking maakt het voor een kind ook lastig om bepaalde handelingen in de goede volgorde uit te voeren, ze kunnen deze volgorde niet zo goed onthouden.
Dit levert bijvoorbeeld problemen op bij het leren wassen en aankleden. Met extra oefening kan er voor gezorgd worden dat deze handelingen er toch worden ingeslepen.

Gevolgen van Dyscalculie

In het dagelijks leven kom je veel situaties tegen waarin je moet rekenen of bezig bent met getallen. Mensen met dyscalculie kunnen in het dagelijks leven dan ook veel last hebben van hun beperking. Bijvoorbeeld bij de kassa tijdens het afrekenen of bij een bushokje met het aflezen van de bustijden.
Zo komt een persoon met dyscalculie veel problemen tegen die voor anderen vaak lastig zijn om je voor te stellen.

Het is erg belangrijk dat dyscalculie wordt herkend, anders kan er een verkeerd beeld ontstaan van wat voor een niveau een leerling heeft.
Daarnaast kan het ook erg frustrerend voor het kind zijn wanneer het probleem niet wordt erkend en er niet op de juiste manier mee wordt omgegaan. Het kan emotionele gevolgen hebben, zoals faalangst en depressiviteit.

Problemen op school als gevolg van Dyscalculie

Wanneer een kind een rekenstoornis heeft is het logisch dat het kind op school problemen heeft met rekenen of wiskunde.
Daarnaast zijn er nog veel meer onderdelen of vakken op school die erg lastig kunnen zijn voor een kind met een rekenstoornis, omdat je bij meerdere vakken gebruik wordt gemaakt van getallen en berekeningen.

  • Bij economie kan een kind problemen krijgen met de berekeningen die moeten worden uitgevoerd en kan het erg lastig voor het kind zijn om de cijfers juist onder elkaar te schrijven.
  • Bij geschiedenis kan het lastig zijn om de jaartallen goed te onthouden en verschillende historische gebeurtenissen goed weer te geven op een getallenas.
  • Bij aardrijkskunde kunnen schaalberekeningen problemen opleveren.
  • Bij natuurkunde en scheikunde kunnen er problemen zijn bij het werken met formules en het juist uitvoeren van de berekeningen.

Meer over:
Algemene informatie over rekenproblemen en dyscalculie
Kenmerken, voorbeelden en soorten dyscalculie
Oorzaken, ontwikkeling en gevolgen van dyscalculie
Diagnose dyscalculie en dyscalculieverklaring
Behandeling dyscalculie
Tips voor het omgaan met dyscalculie (voor ouders, school en kinderen)

Schrijf als eerste een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

Nieuwsbrief