Tips voor de leerkracht voor het omgaan met een kind met dyslexie
Inhoud
Extra tijd
Zorg dat het dyslectische kind bij klassikaal werk apart mag zitten en ook extra tijd krijgt (bijv. bij tekst verklaren, examens, toetsen, enz.). geef huiswerk op voor de komende 14 dagen en geef een lijst met moeilijke woorden om thuis mee te oefenen (per vak; ook niet-talige vakken).
Traagheid
Een dyslectische leerling werkt niet zo snel als een normale leerling:
- Zo kan de leerling traag reageren bij een klassikale vraag.
- Vraag jezelf altijd af of iedereen alles van het bord heeft overgenomen en veeg hem dus niet te snel uit.
- Zorg dat kopieën te lezen zijn.
- Alle stof moet altijd bezinken (ook handelingen). Dus de leerling werkt niet alleen traag bij talige vakken, maar ook bij niet-talige vakken.
Problemen met de spelling
Ook spelling is voor de meeste dyslectische kinderen een probleem. Bespreek met de leerling welke fouten worden meegeteld en hoe hij/zij de spelling denkt te gaan verbeteren. Reken bij vakken als aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, enz. de spellingfouten niet mee, maar beoordeel alleen de vakinhoudelijke kennis.
Schrijven in korte zinnen
Dyslectische kinderen vinden het moeilijk een verhaal op papier te zetten. Probeer het kind te stimuleren van het schrijven in korte zinnen en een kort verhaal.
Faalangst en demotivatie
Sommige dyslectische kinderen kunnen faalangstig en gedemotiveerd gedrag vertonen door hun beperkingen. Doorzie dit en bestempel het kind niet als ongeïnteresseerd.
Negatieve ervaringen voorkomen
Voorkom zoveel mogelijk nieuwe negatieve ervaringen. Voorbeeld: laat de leerling niet hardop lezen tijdens de les, maar laat hem de inhoud met eigen woorden weergeven. Indien dit hardop lezen tijdens de les noodzakelijk is, bereid dan de leerling hierop voor.
Gevoelig voor storingen en rommeligheid
Dyslectische leerlingen zijn gevoelig voor storingen en rommeligheid. Zet ze daarom in de klas vooraan, zorg voor zo min mogelijk afleiding.
Structuur
Zorg voor een gestructureerde les. Hoe meer woorden er gebruikt worden, hoe minder de dyslect het kan volgen. Wees dus duidelijke en to the point.
Flexibel zijn
Wees flexibeler met het beoordelen van de dyslectische leerling. Maak bijvoorbeeld onderscheid tussen inzicht fouten en spellingfouten. Kijk ook op die manier naar de overgangsnormen: kijk of de leerling de stof beheerst en de komende jaren nog kan gebruiken.
Inprenten
Voor deze leerlingen is inprenten van groot belang. Hiervoor zijn diverse methoden te gebruiken, bijv. computerprogramma’s. Info via de RT.-docent.
Als luisteren en schrijven niet samen gaan
Soms is het lastig om te luisteren en aantekeningen tegelijk te maken. Kopieer voor deze leerlingen de aantekeningen.
Boek/cd
Studieboeken en leesboeken zijn ook op ingesproken cd (of in een andere vorm) verkrijgbaar. Dit kan tot betere leesresultaten leiden en tot een beter begrip van de tekst, doordat het technisch lezen minder moeite kost. Zeker voor leesvakken als aardrijkskunde en geschiedenis een aanrader.
Faciliteiten
Voor de leerling is het niet altijd leuk om ‘anders’ te zijn en speciale maatregelen te krijgen. Probeer de leerling toch duidelijk te maken dat deze maatregelen nodig zijn om maximale prestaties uit zichzelf te krijgen.
Meerkeuzevragen
Meerkeuzevragen blijken zeer lastig te zijn voor dyslectische leerlingen en moeten daarom zoveel mogelijk vermeden worden.
Meer over:
– Dyslexie – Oorzaken, kenmerken en problemen
– Diagnose dyslexie en dyslexieverklaring en -pas
– Gevolgen dyslexie
– Behandelen dyslexie
– Tips dyslexie (leerkracht school)
