handen

Signaleren en analyseren werkhouding (problemen)

Signaleren en analyseren van de werkhouding door middel van observeren

Het signaleren en analyseren van werkhouding gebeurt door middel van observeren.
Er wordt goed gekeken naar het kind.

De observatiegegevens kunnen in vier fasen opgedeeld worden.

Fase 1: Waarin de instructie gegeven wordt

  • het kind loopt van zijn plaats
  • kijkt om zich heen
  • zoekt in zijn tas naar materiaal
  • zit te spelen met zijn pen
  • is al begonnen met de opdracht
  • praat met zijn buurman.

Wanneer het kind met iets anders bezig is tijdens de instructie, maar wel goed aan de opdracht kan werken is niet-taakgericht bezig. Dit hoeft dan geen werkhoudingsprobleem te zijn.
Dit gedrag moet zich meerdere malen en in verschillende situaties voordoen.

Fase 2: Wanneer het kind nadenkt over de oplossingsstrategie

  • als het kind met de opdracht aan de gang gaat zonder voorbereiding of nagedacht te hebben over de manier van aanpak. Het werkt chaotisch.
  • Het kind begint niet met de opdracht
  • Het kind vraagt of het nog een keer uitgelegd kan worden
  • Het kind vraagt bevestiging over details van de opdracht.

Taakgericht gedrag wat het kind in fase 2 zou moeten laten zien:

  • de juiste materialen liggen klaar
  • eerst door het doolhof lopen voordat het onnodige fouten zou kunnen maken
  • nadenken over de aanpak en hiervoor bijvoorbeeld een schema maken
  • structuur aanbrengen in de opdracht door het bijvoorbeeld nummers te geven.

Fase 3: Waarin het kind de taak concreet uitvoert

Het kind gaat aan de slag, maar

  • werkt onregelmatig (snel, dan weer langzaam of stopt tussendoor)
  • slaat delen van de opdracht over
  • maakt de opdracht onsystematisch (bijvoorbeeld eerst het laatste deel en dan het eerste)
  • het werkt zonder plan of doel
  • verbetert zichzelf regelmatig, gebruikt bijvoorbeeld veel zijn gum of krast veel
  • vraagt na elke deelopdracht om bevestiging

In deze fase is het belangrijk om na te gaan wat de denkprocessen zijn die het kind heeft.

Fase 4: Waarin het kind zijn werk evalueert

  • het kind stopt nadat het zijn opdracht heeft afgemaakt
  • het kind is niet zeker van zijn oplossing en vraagt om bevestiging
  • het kind vergelijkt zijn oplossing met dat van een ander en verandert zijn eigen oplossing daarna.

Zelfevaluatie is eigenlijk het moeilijkste deel van een goede werkhouding.

Meer over:
Werkhoudingsproblemen: Algemeen
Kenmerken van werkhoudingsproblemen
Oorzaken van werkhoudingsproblemen
Signaleren en analyseren werkhouding(problemen)
Praktische aanpak werkhoudingsproblemen (voor school, ouders en kind)

Schrijf als eerste een reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

Nieuwsbrief